Vooropgesteld moet worden dat de indeling van jouw keukenkastjes altijd geslaagd is als jij er tevreden over bent. Wat handig is voor de een kan als zeer onpraktisch door de ander worden ervaren. Elke keuken is weer anders.
Sommige keukens hebben wel bovenkastjes, andere keukens hebben een draaicarrousel en waar de ene keuken over heel veel handige lades beschikt, heeft de andere keuken alleen maar kasten met legplanken.
Toch is de indeling van je keukenkastjes belangrijk. Je moet er op een praktische én logische manier zoveel mogelijk spullen in kunnen opbergen, dus optimaal van de beschikbare ruimte gebruik maken
Met onderstaande richtlijnen en tips gaat dat zeker lukken.
Iedere keuken heeft dezelfde zones, waarvan de kookzone en de natte zone het belangrijkst zijn. Elke zone vraagt weer om een andere indeling. We laten elke zone dus even kort de revue passeren.
In deze zone staan je oven, kookplaat en (combi-)magnetron. Berg rondom deze apparatuur daarom al je kook- en bakbenodigdheden op. Pannen nemen helaas veel ruimte in beslag. Praktisch is een lade onder de kookplaat. Zo heb je de juiste pan direct bij de hand en hoef je niet onnodig te tillen. Wanneer je geen lade ter beschikking hebt, is een (verstelbaar) pannenrek een goed idee. Die kun je los in een kastje plaatsen of permanent daarin bevestigen. Heeft jouw keuken een hoekkast met carroussel? Die is helemaal ideaal voor al je pannen. Je hoeft er alleen maar aan te draaien en de juiste pan verschijnt vanzelf. Last van omvallende deksels? Ook die kun je in een pannenrek goed ordenen.
In de natte zone bevindt zich in elk geval de spoelbak en hoogstwaarschijnlijk de vaatwasser, in het gunstigste geval naast elkaar. Wanneer je een vaatwasser hebt, is het aan te raden om spullen die je dagelijks veel gebruikt, er zo dicht mogelijk bij in de buurt op te bergen. Dus al je borden, kopjes, glazen en bestek. Berg dit soort zaken op in een lade onder het werkblad. Hierdoor voorkom je het moeten tillen van zwaar servies zoals borden. Heb je geen lade? Gebruik dan een makkelijk toegankelijke kast boven het aanrecht.
Onder de spoelbak berg je reinigingsmiddelen op. Spullen als vaatwastabletten, afwasmiddel en allesreiniger zet je vooraan, schoonmaakmiddelen die je maar af en toe gebruikt achteraan. Je kunt je schoonmaakmiddelen ook in een bak zetten. Heb je jonge kinderen? Voorzie dit keukenkastje dan van een veiligheidssluiting. Vaak wordt er ook een prullenbak onder de spoelbak geplaatst.
In deze zone wordt veel gesneden en gemengd. Berg daarom je snijplanken, mengkommen en werkbestek onder het werkblad op. Omdat er bij het snijden van groente veel afval ontstaat, is een vuilnisbak (of een aparte afvalbak voor groente) onder het werkblad of zoveel mogelijk in de buurt van het werkblad erg handig.
De een gruwelt ervan, de ander zweert erbij. Heeft jouw keuken bovenkastjes? Daar kun je in de onderste regionen prima je dagelijkse glaswerk in opbergen. De bovenste planken zijn ook fijn om speciaal servies, glas op pootjes of andere breekbare spullen op te bergen. Ook spullen die je maar af en toe nodig hebt kunnen op de bovenste plank.
Neem, wanneer je keuken er de mogelijkheden voor heeft, het liefst twee besteklades. In de ene besteklade leg je het dagelijkse bestek zoals vorken, messen en (koffie-)lepels, allemaal apart uiteraard. In de tweede besteklade kun je overige zaken kwijt als openers, kaasschaven, kurkentrekkers, een knoflookpers en ander klein keukengerei.
Werkbestek dat je dagelijks nodig hebt, bijvoorbeeld houten lepels en een messenset, kun je ook prima op het aanrecht plaatsen.
Richt een lade in met rollen aluminiumfolie, huishoudfolie, boterhamzakjes en bakpapier of bijvoorbeeld met je keukentextiel.
Een “rommellade” heeft iedereen wel nodig. Hierin belanden zaken die je nergens anders kwijt kunt. Denk aan elastiekjes, pennen, kassabonnen, opladers, batterijen, lucifers en ga zo maar door.